Vandaag heb ik voor het eerst een levend wezen groter dan een wesp uit zijn lijden verlost (hoewel, wespen, vliegen en muggen verlos ik meestal uit mijn lijden). Toen ik wakker werd uit mijn nieuwjaarsroes, schrok ik me wild van een muis die op mijn hoofdeinde zat (gelukkig was het niet in mijn eigen huis). Het beestje was al ver heen, waarschijnlijk door een maaltje Rentokil de avond tevoren. Arme muis.
Wij, zes stadse Nederlandse yuppen, wisten niet wat ermee aan te vangen. De muis laten creperen vonden we onethisch, maar hem bruut naar de andere kant helpen, dat vonden we moeilijk. Want ja hoe doe je dat dan?
Uiteindelijk (na uitgebreid ontbeten te hebben… beetje gek natuurlijk als je een muis niet wilt laten creperen) hebben we het beestje in een papieren Leonidas-tasje gedaan. En voordat dat geheel in de vuilnisbak verdween, heb ik de muis uit zijn lijden verlost. Een beetje onwezenlijk voelde dat wel, maar het was beter voor het beestje, zullen we maar zeggen.
Rust zacht, anonieme Antwerpse muis.
De laatste tijd is het bij mij voor de deur lastig parkeren. Veel auto’s, weinig ruimte, en dan zijn we ook nog een vrijparkeerenclave. Vaak moet ik bij een andere flat parkeren. Ik ga daar niet dood van, maar ik vind het wel irritant.
Mijn buurman is een grote-Volvofan, hij heeft heel veel van die stoere bakken, en zelfs een winkel waar je speciale grote-Volvobestickering enzo kunt kopen. De laatste tijd heeft-ie vier van die bakken op onze parkeerplaats staan en die begonnen me enigszins een doorn in het oog te worden. Die paar Volvo’s zullen het parkeerprobleem niet oplossen, maar ik besloot toch maar eens te gaan vragen of-ie er niet een paar kon verschepen naar elders. Altijd een beetje lastig, dat soort bezoekjes (vind ik dan).
- Tring
- Hoi buurman kom binnen, wil je wat drinken?
- Nou, eh, als ik niet stoor, graag.
- Tuurlijk stoor je niet, je hebt toch netjes aangebeld?
- O jullie zijn aan het eten, daar wil ik jullie niet te lang bij storen.
- Nee joh ga zitten. Heb je al gegeten?
- Ik kom net van mijn werk.
- Lust je andijviestamp?
En terwijl buurvrouw mijn bord volschepte, sneed buurman van hun beider braadworsten een stuk af en legde die erbij.
- Zo, buurman, je kwam vast niet voor niets.
- Ja, ehm, over het parkeren: het is hier nogal vol, en jullie hebben die vier Volvo’s staan. Ik vroeg me af of je er daar een paar van naar elders kunt verplaatsen.
- Goed dat je erom komt, we vonden al dat het lang duurde voor iemand erover begon… We hebben het druk met de aanstaande verhuizing, dus het heeft een lage prioriteit, maar binnen een paar weken zal ik er twee naar mijn garage brengen.
- Fijn, dank!
Waarmee maar weer eens bewezen is: “Beter één goede buurman in de hand, dan tien verre vrienden in de lucht”.
Soms komen E en ik elkaar ‘s ochtends tegen, als we allebei naar ons werk fietsen ieder vanuit zijn eigen huis. De ontmoetingsplaats is dan de doorgaande weg tussen Centraal Station en Hoog Catharijne door, waar ook de tram langs rijdt. Ben je een beetje bekend in Utrecht, dan weet je dat er romantischer meeting points te bedenken zijn.
Enfin, vanochtend troffen wij elkaar daar ook en wij, blij elkander te treffen, begroetten elkander allerhartelijkst. Ja, daarbij werden een paar zoentjes uitgedeeld.
Ineens hoorde ik achter me: “Dat is lekker he!” Omkijkend zag ik een donkere jongeman met een felgele wegwerkersjas die ons vriendelijk en breedgrijnzend aankeek. “Geniet ervan” voegde hij er nog aan toe en hij liep door.
Een dubbelgoed begin van de dag, daar op die verder troosteloze weg tussen Centraal Station en Hoog Catharijne.
Ik droom vaak zodanig dat ik me alleen herinner dát ik gedroomd heb. Vannacht was het anders.
Een man liep een gebouw binnen. Eerst kwam hij een aantal beveiligers tegen, types die je rond Geert Wilders ziet zwermen. Met een pistool met geluiddemper maaide hij ze neer. Plop, plop, plop. Het werd geen bloedbad want op hun zwarte pakken verschenen slechts kleine, rode ketchupvlekjes. Maar ze vielen wel neer. De man liep verder en kwam in een aula. Hij was dus in een school. Daar ging hij verder met zijn geplop. Allemaal ketchupvlekjes en neervallende mensen. Uiteindelijk werd de man afgevoerd.
Geen opwekkende droom, maar het ergste was nog, je voelt hem misschien aankomen, het perspectief van de droom: ik was die man. Bah.
Na het wakker worden ben ik maar even een luchtje gaan scheppen op mijn balkon. En gelukkig ontmoette ik in de volgende droom Femke Halsema, met wie ik gezellig kletste en die me zelfs relatieadvies gaf.
Het plein was rechthoekig, gekoolgruisd het midden in een lijst van keien. Een enorme doode heester, en anders niet, op de verkoolde aarde, de muziektent. Drie hooge wallen van huizen, glas meer dan steen, smal glas tusschen smaller steen, de ramenvolte van armoehuizen. De wallen waren nauwelijks gescheiden door de smalle tochtgaten, spuigaten der verkeerswegen. Kleine groepen stonden fladderend, hier en daar, over het groote plein. De vierde wal was het enkel geelgrauw gesausd blok van het gebouw met den molmen daktoren en het uurwerk van verbleekt goud. Lekken traanden vuil over zijn gevels.
Zo wordt de school beschreven waar De Bree lesgeeft, de hoofdpersoon uit Bordewijks Bint. De herinnering aan het gebouw van mijn middelbare school is vriendelijker, maar toch toog ik er gisteren met enige schroom naartoe. Ik ging namelijk naar een reünie. Zo’n bijeenkomst waar je mensen ziet die je twintig jaar niet gezien hebt en van wie je denkt: “wat heb ik jullie na al die tijd nog te vertellen?” Maar goed, ik was natuurlijk wel nieuwsgierig.
Het was nog leuk ook. Sommige klasgenoten waren niets veranderd. Die kon ik dan ook maar met moeite zien als mensen van 37 met een carrière en/of kinderen. Die waren gewoon achttien en net klaar met het gymnasium. De tijd had geen pas voorwaarts gezet. Ik had mijn baard gelukkig als bewijs dat ik wel degelijk twintig jaar ouder ben dan toen. Nadeel daarvan is dat vrijwel iedereen quasi-ongemerkt naar je naamstickertje kijkt en dan pas zegt: “Hee Jan hoe is het met jou?”
Grappig en onverwacht: na de aanvangsschuchterheid voelde het met de meesten vertrouwd. Da’s raar hoor: je ziet mensen twintig jaar niet, en dan blijken die zes jaren die je daarvoor wél gedeeld hebt, toch een behoorlijke band gesmeed te hebben. Ook bijzonder: de populariteitsranglijsten van vroeger bestaan nu niet meer. Misschien vond ik dat nog wel het opvallendste. Stond ik gewoon te praten met het meisje dat me vroeger niet zag staan omdat ze bij de populaire zittenblijvers hoorde.
Over twintig jaar ga ik weer. En dan kan ik mijn klasgenoten niet alleen bijpraten over carrière en relatie, maar vast ook over kinderen (hoewel: de ouders onder ons waren maar wat jaloers op het vrije leventje dat ik volgens hen heb, ik met mijn onbekommerde LAT-relatie).
Binnen een week herinnerden maar liefst drie mensen mij eraan dat ik een weblog heb. Mijn trouwe moedertje zit maar de hele tijd vruchteloos de F5′en (ma, F5′en betekent “de internetpagina verversen”, dat doe je namelijk met de F5-knop), L. uit A. had onlangs mijn weblog ontdekt en daar een paar aardige stukjes gezien, en heel recent kwam deze tweet binnen.
Ik vind weblogjes schrijven heel leuk, maar er gaan periodes voorbij dat het me gewoon aan inspiratie lijkt te ontbreken. Dat is gek, want ik maak natuurlijk de hele dag en elke dag de gekste dingen mee, in dat actieve leven van mij… zo eet ik elke ochtend twee boterhammen en een bakje yoghurt met cruesli (als het niet anders kan muesli), fiets via de Albatrosbrug en de Catharijnesingel naar Hoog Catharijne, typ daar van alles op een computer, lunch met mijn collega’s, typ weer van alles, fiets terug naar huis of de Lange Lauwerstraat, maak eten of krijg eten voorgezet, doe de afwas, kijk Oh Oh Cherso, ga naar bed, luister 10 minuten naar Met het oog op morgen en val in slaap. En in het weekend heb ik wel eens een pain au chocolat en een sapje bij het ontbijt en ga ik op pad met mijn vriendinnetjes E. en Clio.
Genoeg om inspiratie uit op te doen, zou ik zo zeggen. U hoort van mij!
Vanochtend reed ik nog een beetje half slapend – maar wel opgewekt want geen gaatjes bij de tandarts – door de Nachtegaalstraat en toen zag ik een winkelpui waarvan ik honderd meter verder dacht: toch even omdraaien en een fotootje maken.
Ik vraag me af hoe deze uitverkoop van kinderschoenen (La Pomme is een merk) het in francofone taalgebieden zou doen.
Toen ik vanavond thuiskwam was de lucht zwanger van onweer. Die was al voor ‘s ochtends beloofd maar nog steeds niet gekomen. Kun je nagaan hoe zwanger de lucht was.
Het was de hele dag heet geweest en het begon nu te waaien. Ik had nog even tijd om alles tegen elkaar open te zetten. Even doorwaaien dat appartement op de bovenste verdieping.
Na een kwartiertje vielen de eerste druppels. Het huis was opgefrist, de deuren konden dicht tegen het inregenen.
Snel deed ik een korte broek aan en ging op mijn balkon staan. Twintig minuten later was ik zeiknat en helemaal schoongespoeld.
Doorwaaien en schoonspoelen. Het woord catharsis kwam in mij op.
Ik ben een liefhebber van Frank Boeijen. Vooral van zijn oude werk, maar daar gaat het niet om. Als je fan bent, lijkt het je leuk om de man eens in het echt tegen te komen. Ik heb zes jaar in Nijmegen gewoond, dus eigenlijk heb ik er wel recht op om Frank een keer tegen het lijf gelopen te zijn. Maar niets van dat al. Mijn huisgenoot kwam hem een keer tegen in café Frowijn waar hij nogal eens zat. Ik posten in Frowijn (nou ja bij wijze van). Geen Frank.
Toen ik allang in Utrecht woonde, raakte vriend Sven via zijn vriendin op hallo-hoe-gaat-hetbasis met Frank. Zijn vriendin werkte bij Trianon, ook een café dat Frank regelmatig bezocht.
Ik vond het allemaal maar oneerlijk, maar niets aan te doen. Ik had me erbij neergelegd.
Tot vandaag mijn ouders vertelden over een popfestival in mijn hometown Oosterhout, waar ze achter de schermen kwamen omdat pa er vrijwilliger is (hij werkt daar als een soort van roadie, hoe cool is dat?). Ze hadden die gezien, en die, en Kane had zich een beetje misdragen, en Ilse de Lange is zo’n aardige meid. En oja, toen we net wegliepen kwamen we Frank Boeijen tegen. We draaiden ons om, hij draaide zich om, we zeiden goedendag en hij gaf ons een hand. Aardige man.
E. en ik gaan binnenkort kamperen. Al jaren kampeer ik en altijd leende ik wel ergens iets. Stoelen, een tafel, een tent, een gaspit of -fles. Dat soort dingen. Op een zeker moment wil je dat niet meer, althans ik niet. Maar ja, als je zus een goede tent heeft liggen die ze niet gebruikt, en er altijd wel een paar stoelen opduiken uit je vriendenkring….
Gisteren togen E. en ik toch eens naar een grote sportzaak-met-ook-kampeerspullen. Gewoon om te kijken. Het was aan het eind van de middag. En wat ik daar zag heeft mij blij gemaakt, ja wat ik daar zag heeft mij diep geraakt (raad de hit): allemaal gave kampeerspullen, zoals een mooie grote tent waar ik in kan staan voor niet al te veel geld. En, nu komt de aap uit de mouw: het was twee halen derde artikel gratis bij deze winkel. Op de hele collectie. “Hoe lang duurt die actie nog”, vroeg ik aan de verkoper. “Nog een uur, meneer.”
Okee.
Nog een uur. Hoe gaan we hier het meest aan verdienen? Nee, we moeten wel overwogen beslissen, ons niet op laten jagen. Maar die spullen willen we eigenlijk toch wel kopen. Goed, dan moeten we goed nadenken of we deze tent echt willen. En of we er nog iets duurs bij willen kopen, zodat we een derde dure artikel gratis krijgen. Dat komt wel goed, want nu ik eraan denk, ik wil ook al heel lang nog een klein tentje kopen voor op fietsvakantie. Gaaf, dan kunnen we daar dat kookstel bij nemen, dat stoere met twee pitten van Campingaz. Dan we hebben we dat gratis. Rustig blijv… En als we dan twee van deze stoelen nemen en die ene tafel, hebben we ook nog een stoel gratis. Tel uit je winst! Weten we dit zeker? Volgens mij wel. Mooi, het is vijf voor zes, snel naar de kassa.
Bepakt en bezakt, alsof we al op vakantie waren en de Renault Clio vergeten waren, liepen we door de stad naar huis. Nadat de grote sport-en-kampeerzaak ons breed glimlachend uitgewuifd had.
|
I hope you get where you're going,
and be happy when you're there.
Jack Kerouac
|