vol-automatisch koffiezetapparaat

Lezers van het eerste uur weten dat ik op mijn website Senseo-apparaten verzamelde. Soms kom ik iemand tegen die ik niet goed ken en lang geleden voor het laatst zag, en die zegt dan: “O ja… Jan… jij had toch die Senseo’s op je website staan”. Alleen al daarom blijft de collectie online, maar hij groeit niet meer.

Ik viel zelf van mijn Senseo-geloof en ging koffie opschenken. Totdat mijn moeder onlangs (terecht) zei: “Jan, ik zag je laatst weer zo hannesen met dat opschenken, waarom neem je ons oude koffiezetapparaat niet mee?”

Een oud koffiezetapparaat, dat kun je toch bij de kringloop halen, daar heb je je moeder toch niet voor nodig? Ho, stop. Vind bij de kringloop maar eens zo’n vintage koffiezetapparaat als dit, in nieuwstaat verkerend (credits daarvoor gaan naar mijn vader, die een identiek apparaat vond op de rommelmarkt en uit die twee oude één nieuwe assembleerde).

Het is het vol-automatische koffiezetapparaat uit de Douwe Egberts Geschenkenwinkel waar ik mee opgegroeid ben. Zelfs de gebruiksaanwijzing zit erbij: “Vóór het serveren de koffie even omroeren om een gelijkmatige sterkte te krijgen”. Zo leer je nog eens wat.

Heb je zelf zo’n mieters apparaat (of een andere DE-klassieker), stuur een plaatje op en ik start een nieuwe collectie! (Daar mag deze niet in ontbreken.)

milton-taalpatronen

Onlangs leerde ik iets over Milton-taalpatronen. Dat zijn taalconstructies die bewust vaag zijn, om zo de luisteraar  impliciet (en zonder dat hij het doorheeft!) op een bepaald spoor te zetten. Pure manipulatie dus eigenlijk. Een opdracht was om een kinderverhaaltje te schrijven dat vol staat met Milton-taalpatronen. Ik deel het met je, en ik weet zeker dat je er iets in zult herkennen, hoe oud of jong je ook bent.

Astronaut

Iedereen kan vliegen. Alle vogels kunnen vliegen, alle vliegen kunnen vliegen, maar ook mensen kunnen vliegen. Jij kunt vliegen. Sterker nog jij kunt naar de maan vliegen, of naar de sterren. Want tussen de sterren is het stil en rustig en vredig, toch? Daar wil iedereen wel naartoe.

Zie je jezelf al zweven, in je ruimtepak? Je hebt geen gewicht en dus ook geen zorgen. Lijkt je dat niet fijn?

Kom, dan gaan we. Volg mij maar, dan komt alles goed. Het is goed om naar mijn woorden te luisteren. Doe je ogen dicht, ga maar liggen. Voel je je lichter worden?

Het ruimteschip vertrekt, ik hoor de motoren zachtjes brommen, de aarde waar we net nog waren is al heel klein geworden. Zo klein dat je alleen nog land en oceanen kunt zien, maar geen mensen, auto’s of huizen. De aarde is een slapend pingpongballetje geworden.

We zijn op onze bestemming aangekomen. Je voelt de rust van de ruimte, hè? Je merkt dat je langzamer ademt. Je hoort geen auto’s razen, je hoort helemaal…. niets. Zou je hier niet altijd willen blijven?

Je bent nu een echte astronaut.

precair

(in het kader van Write On Thursday)

Het is al 12 uur geweest. De donderdag is voorbij.

De nacht is gedaald over Utrecht. Ik kan mijn ogen nauwelijks open houden. Vier glazen wijn eisen hun tol. Heen en weer. Zo heette dat café.

Concentreren. Concentratie. Ik kan het niet meer. Mijn gedachten zijn op. Maar ik moet nog iets schrijven.

Het is toch zeker nog wel een beetje donderdag, het is pas 0.30 u? Duid het me niet al te zeer euvel alsjeblief. Laat me niet vallen. Doe niet alsof ik een halsmisdrijf heb gepleegd.

Ik kan niets doen, behalve dan mijn handen over dit toetsenbord laten gaan. Redden wat er te redden valt.

Ik raak gevangen in gedachten. Gevangen in wanhoop. De netten sluiten zich. Geen aanwijzing tot redding. Wie zou op dit uur de boei moeten gooien?

En toch ga ik door. Blijf ik typen met mijn dronken kop. Typen. Typen.

Waar blijf jij? Redster in nood. Kom je? Kun je me vinden?

vrij

(in het kader van Write On Thursday)

“Nieuw bericht toevoegen” staat er boven aan mijn venster. Ik heb de titel al ingevuld. En nu ben ik dus vrij om dit lege tekstvak in te vullen zoals ik dat wil. Want dit is mijn weblog, het draagt zelfs mijn (eerste doop)naam.

En toch voel ik me niet helemaal vrij. Ik zou wel eens willen schrijven over wat me nou echt bezighoudt. Dus niet alleen over schaatsen, een dode muis of een Prince-concert. Met die dingen hou ik me ook oprecht bezig (schaatsen macht Spass!) maar ze raken niet mijn hele kern. Ik schrijf doorgaans over leuke, interessante dingen die ik doe meemaak en daar verbind ik dan een bespiegeling aan.

Mijn diepe zielenroerselen zul je hier niet aantreffen. Ook al ken je die doorgaans wel, want de kans is groot dat je me persoonlijk kent als je dit leest. Waarom schrijf ik ze dan niet op? Ik vind het mooi als ik blogs of tweets lees waar niet altijd de levensvreugde vanaf spat. Die schrijvers krijgen door hun kwetsbaarheid meer reliëf (mits ze er niet in gaan zwelgen). Gaat het over mezelf, dan heb ik allerlei tegenwerpingen:

  • De hele wereld kan meelezen, zeker sinds Facebook en Twitter.
  • En het staat er dan zo zwart op wit, zo confronterend.
  • En dan ben ik  al snel een klager.
  • En ik wil liever gezien worden als een vrolijke, actieve man dan als iemand die ook minder opgewekte gedachten en gevoelens heeft.
  • Want wat zou ik de wereld daarmee lastig vallen?
  • Enzoverder enzovoort.

Wat is dat toch? Schaamte? Angst voor afwijzing?

Hoe het ook zij, voor mijn diepste zielenroerselen verwijs ik je voorlopig naar mijn dagboek…

schaatsen

Op het moment dat ik dit schrijf, schijnt de zon op mijn beeldscherm. Verder schijnt het deze week 15 graden te worden. Toch wil ik het nog even over het concept schaatsen hebben (weet je nog?)

Twee weken geleden las ik op het weerbericht dat het nog een week ging vriezen. Op maandagochtend zag ik op de Catharijnesingel – onderdeel van mijn woon-werkverkeersroute – dat er al geschaatst was. Tijd voor actie, dacht ik. In de middagpauze heb ik schaatsen gekocht en vervolgens heb ik die week vrijwel elke dag geschaatst. Met als hoogtepunt een tocht over de Ankeveense plassen. Ik had de smaak te pakken.

Vanwaar de urgentie om ineens elke dag te gaan schaatsen, bedacht ik me in een filosofische opwelling. Omdat het zondag weer ging dooien natuurlijk!

Ik zag een analogie: wat nou als de wereld zondag vergaat? Wat ga je dan doen? Dingen die je leuk en belangrijk vindt. En die je alleen kunt doen zolang de wereld nog bestaat. Elke dag leven alsof het je laatste is. Zoiets.

Als zondag de wereld verging, dan pakte ik snel de Clio en laadde die vol met wat geliefden. Daarna reed ik naar het zuiden tot de zon scheen, het warmer was dan 20 graden en de voertaal Frans of Spaans was. Dan bestelde ik een Kronenbourg of een cerveza en ging wachten op wat komen ging.

Wat zou jij doen?