milton-taalpatronen

Onlangs leerde ik iets over Milton-taalpatronen. Dat zijn taalconstructies die bewust vaag zijn, om zo de luisteraar  impliciet (en zonder dat hij het doorheeft!) op een bepaald spoor te zetten. Pure manipulatie dus eigenlijk. Een opdracht was om een kinderverhaaltje te schrijven dat vol staat met Milton-taalpatronen. Ik deel het met je, en ik weet zeker dat je er iets in zult herkennen, hoe oud of jong je ook bent.

Astronaut

Iedereen kan vliegen. Alle vogels kunnen vliegen, alle vliegen kunnen vliegen, maar ook mensen kunnen vliegen. Jij kunt vliegen. Sterker nog jij kunt naar de maan vliegen, of naar de sterren. Want tussen de sterren is het stil en rustig en vredig, toch? Daar wil iedereen wel naartoe.

Zie je jezelf al zweven, in je ruimtepak? Je hebt geen gewicht en dus ook geen zorgen. Lijkt je dat niet fijn?

Kom, dan gaan we. Volg mij maar, dan komt alles goed. Het is goed om naar mijn woorden te luisteren. Doe je ogen dicht, ga maar liggen. Voel je je lichter worden?

Het ruimteschip vertrekt, ik hoor de motoren zachtjes brommen, de aarde waar we net nog waren is al heel klein geworden. Zo klein dat je alleen nog land en oceanen kunt zien, maar geen mensen, auto’s of huizen. De aarde is een slapend pingpongballetje geworden.

We zijn op onze bestemming aangekomen. Je voelt de rust van de ruimte, hè? Je merkt dat je langzamer ademt. Je hoort geen auto’s razen, je hoort helemaal…. niets. Zou je hier niet altijd willen blijven?

Je bent nu een echte astronaut.