Terug

Precies twee uur nadat ik weer geland was op Eindhoven Airport, was de vakantie definitief voorbij.

Ik fietste naar huis, doortrappend omdat ik naar huis wilde. Voor mij ineens een fietser die snelheid minderde zonder duidelijk te maken wat hij daarmee beoogde (bijvoorbeeld afslaan).

– Ik (afremmend; enigszins geïrriteerd): Wát ga je doen?
– Hij: Ik ben ruimte voor je aan het maken!
– Ik (enigszins geïrriteerd): Dánkjewel.

Het hele weekend maakte ik me alleen druk om de vraag of ik vlees of vis zou eten als hoofdgerecht. En koud twee uur in Nederland ben ik alweer een gehaaste, licht ontvlambare verkeersdeelnemer.

Hmmmm.

(Relaas over het door lente overgoten weekend volgt.)