Demagogisch

Als oppositiepolitici over regeringspolitici praten, doen ze dat zelden neutraal. Ergens wel logisch, maar vaak ook doortrapt.

Gisteren in Pauw en Witteman:
– Witteman: “Hoe keek u daar nou naar, naar die verklaring van Balkenende?”
– Halsema: “Ik moet bekennen dat mijn mond ervan openzakte, omdat ik het heel arrogant vond.”

Ik moet bekennen?! Wat is dat voor onzin? Ze bedoelt toch: “Ik vind het maar wat fijn dat ik hier op tv kan verkondigen dat mijn mond ervan openzakte”. Ze schaamt zich er toch niet voor, een gevoel dat je normaalgesproken wel (een beetje) hebt als je iets bekent. “Ik moet bekennen dat ik die afspraak niet in mijn agenda heb geschreven”, bijvoorbeeld.

Maar nee, mevrouw presenteert het heel schattig alsof ze eigenlijk liever niets negatiefs zegt over Balkenende, maar dat tot haar schaamte en schande toch moet doen. Gedwongen door de partijlijn.

Niets demagogisch is La Femke vreemd, met haar reebruine ik-sta-natuurlijk-aan-de-goede-kant-van-het-gelijk-ogen.

(overigens, ik ben nog steeds fan hoor, al is onderstaand plaatje alweer een jaar of 7 oud, eerlijk waar…)

1 reactie op “Demagogisch

  1. Zo'n urenlange kamerdebatten zijn niet om aan te horen, al blijven ze nodig voor de democratie. Op voorbeeldig taalgebruik hoef je al helemaal niet te rekenen. Maar ik moet je bekennen dat ik sommige tv-beelden toch aardig bezienswaardig vind.
    Femke van het Groen, Agnes van het Socialisme, Marianne van de Dieren … als die drie vrouwen met kokette pasjes komen aanlopen en dan opeens in slagorde voor de interruptiemicrofoons staan, gedrapeerd met sjaals die langer zijn dan voor de kou nodig is, en met guitige of boze oogjes, naargelang de tekst die er even later uitkomt, dan denk ik : laat ze maar kletsen, maar ze hebben leuke dingetjes aan en om.
    Trouwens, lees ik het goed dat jij Femke Groen op jouw bureaublad hebt staan?
    Nou dan, waar praten we over.

Reacties zijn gesloten.