Derat

Dinsdagmiddag half vijf. Ik fiets van de stad naar huis. Zal ik eens kijken of mijn favoriete café al open is. Ik rijd erlangs, hoek Lange Smeestraat – Springweg. Ja hoor.

Ik treed binnen. Er zitten al een paar mensen aan de toog. Duidelijk regelmatige gasten, die hier in de buurt wonen. Echte Utrechtse, volkse mensen. Althans dat hoop ik maar, want dat hoort nu eenmaal op dit tijdstip in een café als dit. De mensen dinken koffie en thee, een enkel borreltje verschijnt op de bar.
Ik ga aan tafel zitten en bestel een Jupiler. Ik klap mijn computertje open en schrijf een liedje. De inspiratie komt verrassend snel. Of het een meesterwerk wordt, bezien we later wel.

Er komen wat mensen binnen, er gaan wat mensen weg. Steeds zijn er zo’n vijf klanten in het etablissement. Soms loopt er iemand naar buiten om te roken
Een vrouw zegt: “Ik had een gesprek met de directie en dat liep niet zoals ik wilde. Toen kon ik twee dingen doen: terug naar mijn werkplek gaan of de boel de boel laten. Ik besloot voor het tweede te kiezen. Toedeledoki!” Aldus was ze in het café terechtgekomen.

Dat zou ze toch wel denk ik, want ze behoort tot een groepje kaarters. Een man daaruit vertelt mij meer dan dat hij het vraagt of ik aan een andere tafel wil gaan zitten, zodat zij aan de stamtafel kunnen kaarten. Oké.

Inmiddels zijn er negen klanten, inclusief mijzelf. Iedereen wordt met zijn of haar naam begroet. Ik voel me een buitenstaander. Maar da’s niet erg, want dat ben ik ook, weggedoken in mijn pc’tje.

Mijn Jupiler is op. Ik ga naar huis, dit berichtje op internet zetten. Alle draadloze netwerken in de straat zijn beveiligd…

1 reactie op “Derat

Reacties zijn gesloten.