Als de nood het hoogst is

UTRECHT – Ze voelde het al aankomen, er moest nog iets vreselijk misgaan deze week. Ze had elke dag de goede rij bij de Albert Heijn gekozen, alle treinen hadden op tijd gereden, ze had dinsdag niet vergeten het vuilnis buiten te zetten. En vandaag was het vrijdag, weekend. De zon scheen, de tuin en het boek (Joe Speedboot, had ze nog steeds niet gelezen) lonkten. Ze schonk zich een droge witte wijn in, Argentijns, en vlijde zich neer in haar luie leunstoel.

Werktuiglijk greep ze naast zich. Aansteker? Gevonden. Sigaretten. Sigaretten? Onrustig bevoelden haar vingertoppen het bijzettafeltje. Geen sigaretten, constateerden haar ogen definitief.

Wat nu? De tabakszaak op de hoek van de Graftstraat en de Kwartierweg was al dicht. Om het over de buurtsuper maar niet te hebben. Die ging elke week vroeger dicht, zo leek het. En om nou naar de stad te fietsen. Dat zou haar minstens een kwartier kosten.

Maar ze moest roken. Nee, natuurlijk was ze niet verslaafd, al lang niet meer. Ze rookte alleen als ze er zin in had. En bij een boek en witte wijn heeft toch iedereen zin om te roken? Precies, dus zij ook, niets raars aan.

Intussen sloeg de paniek een beetje toe. Een beetje. Haar handen begonnen te trillen. Heel licht, maar toch. Haar mond werd droog. Ze kon niet meer slikken. Voor haar ogen maakten de Marlboroman en de Belinda-dame een wilde vreugdedans. Langzaam begonnen de eerste lichaamsfuncties uit te vallen. Haar adem stokte, haar hartslag nam gevaarlijk lage waarden aan. Ze geraakte in een droomwaaktoestand waar ze zich later weinig meer van zou herinnneren. Een kwartier ging voorbij. En nog een kwartier.

En toen ging de bel. Ze richtte zich op, met moeite, en liep naar de deur. “Goedenavond! Het is Johannes Uw Tabakskoerier Te Fiets! U had een slof Marlboro Light besteld?”

1 reactie op “Als de nood het hoogst is

Reacties zijn gesloten.